dinsdag 23 juli 2024


We hebben ons avondeten achter de kiezen.

Het is nog warm buiten.

We liggen in onze fietscaravannetjes 

We vragen ons af wat Geluk nou eigenlijk is.


Zijn we gelukkig?


Ik ken niemand die niet gelukkig wil zijn. 

Het lijkt bij uitstek hét levensdoel. 

Alsof het een reclame is die alsmaar blijft draaien. 


Maar weten we hoe het eruit ziet?

Weet jij hoe het er voor jou uitziet?


Gemiddeld genomen wordt er gelukzalig gesproken over veel van de volgende activiteiten.

Met vrienden zijn, uiteten gaan, op vakantie gaan, in een snelle auto rijden, bungee-jumpen, winkelen, alcohol nuttigen en feestjes.

Sommigen zetten deze onderdelen dan in voor hun geluksformule. Om zoveel mogelijke van dit soort momenten te creëeren. 


Het zijn losse fragmenten. 

Fragmenten die vol kleur zitten, maar schraal wegvallen tegen het licht van alledag die veel vragen mag.

Er moeten meer feestjes komen of meer geld. Dan is het geluk er weer. 

Niet dat we er iets aan kunnen doen dat we zo zijn gaan geloven, wel?

Op de basisschool zit je al in de kring en wordt er gevraagd naar wat je in het weekend hebt beleefd. 

Als je dan zegt dat je heerlijk naar de lucht hebt zitten kijken en naar de mieren. Of dat je eigenlijk al weer vergeten bent hoe het weekend was- 

Dan word je denk ik toch wat raar aangekeken.

Het Dinopark of de kermis is meer benoemenswaardig. 


Wanneer je tussen de geluksfragmenten valt, kan je teren op je verleden- op je gelukkige herinneringen, of je kijkt uit naar de toekomst waar zo’n fragment op je wacht- terwijl je uit het raam kijkt van je kantoor, wacht op het weekend. 


Ach ja, 

Is het zo?

-


Ik keek ook uit het raam. 

Niet naar het weekend- want weet ik veel welke dag het is?

Nee, ik keek uit naar de bouwweek die voor mij lag. 


We zouden een paar dagen gaan helpen met het bouwen van natuurlijke huisjes op een eco gemeenschap. Het was als een stip op de horizon waar we ons voor hadden aangemeld. Al even waren we in de buurt, zwierven we nog wat rond in de omgeving. Nu was het bijna zover, morgen zouden we erheen fietsen. Maar dan ontvangen we een mailtje: - schurft - op eigen risico… Hmm!

Ze schrijven hoe je besmetting kan oplopen en dat ze er zoveel mogelijk aan doen om dat te voorkomen. Toch, het blijft een risico. 


De eerste reactie die bij mij omhoog schiet, is dat ik me niet zal laten leiden door angst. Oké- het mailtje komt wel erg kriebelig binnen, maar als ik het even rustig laat bezinken zal het vast wel vrede vinden -toch? Dan kunnen we er gewoon heen gaan, zoals we bedacht hadden, zoals ik ernaar toe geleefd had..

Lars relativeert mijn eerste reactie met het idee dat je een brandend huis ook niet zomaar binnenstapt. Waarom jezelf forceren? Alleen maar om je verwachtingen of verlangens waar te maken? Is dat het waard?


De volgende ochtend word ik wakker en denk ik weer aan die kriebelige beestjes die dan onder je huid zouden kruipen. Daar zit ik echt niet op te wachten! Ja, wie wel?!

Als ik of als Lars het oploopt zal het vast een ramp zijn in de fietscaravan. Met de regen en soms wat omslachtige gang van zaken die tijd en energie kosten, hebben we op zich genoeg op ons kleine bordje. 

En als ik me nou voorstel dat ik op de bouwweek ben, dan zit die kriebelige gedachte die ik probeer te voorkomen steeds in mijn hoofd. Daar word ik al helemaal niet blij of gelukkig van. 

We besluiten dus om niet te gaan. 


Daar zitten we dan aan de picknick-tafel. Een hete dag ligt voor ons. Ineens schijnt de zon zijn stralen op een stukje doelloosheid en schijnt dat fel in mijn ogen. 

Ik begin te googlen naar mogelijke workaways. Iets waar er wat te leren valt, waar mijn nieuwsgierigheid zijn gang kan gaan, waar ik kan groeien, ontdekken en verbinden.


Mijn ogen worden vierkant van het schermpje en de hitte van de ochtend stijgt nu al naar mijn hoofd. 

Oké hup, we hebben beweging nodig, dat de gedachtes en gevoelens kunnen ademen. We pakken in. 

Even kijk ik nog op de app Warmshowers (fietsers bieden fietsers een warme douche en slaapplek aan). We zitten relatief in de buurt van Valthe- zo’n 25 km zou het zijn. Ik stuur haar gewoon een berichtje. We fietsen die richting op en dan zien we wel hoe het loopt. 


Op de fiets voel ik de felheid van de doelloosheid afzwakken. 

Het landschap trekt voorbij en het fietsen brengt een aangenaam windje. 

Er valt genoeg te zien.

Het is genoeg om te zijn.

———


Gelukkig zijn

Gelukkig - zijn

Gelukkig - te - zijn

.. te  zijn


Wat als we de nadruk niet leggen op het woord Gelukkig,

Maar op het Zijn.


Aan Gelukkig hangen allerlei ideeën met prijskaartjes en/of verwachtingen.

Soms is het geluk niet beschikbaar, is het uitverkocht, komt er iets tussen (tja een mailtje dus!), of valt het tegen. 

Je voelt je op zo’n moment ineens ver verwijderd van dat gelukzalige goud.

Zijn, daarentegen, is altijd beschikbaar- Nu, onmiddellijk. 


Kan je gelukkig zijn te zijn?

Gewoon- te zijn!

 

Gelukkig - geluk - het is gelukt?

Extatisch, een oprisping, een hoge golf

De golf blijft niet in de lucht hangen

Vredig is de oceaan 


Er kan niets van mij worden afgepakt

Ik hoef niets te doen of te vergaren

Geluk te ervaren


~

dinsdag 16 juli 2024

De grenzen van (gast) vrijheid

De man die niet langer welkom was


We vroegen hier om een nachtje te mogen kamperen. 

Tijdens de rondleiding zei hij dat we wel mochten zien, vandaag of morgen.. 

Het klonk door dat er geen haast was. 

We mochten de sauna gebruiken als we dat wilden, de douche, de wc.

Alle warmte werd gegeven.

Nu was de ochtend aangebroken en daarmee de vraag wakker geworden. 

Is het al tijd om te gaan?

De weersvoorspelling was blauw van de regen. 

De plek hier is fijn. Toch, de keuze was niet direct gemaakt. 

Durven we te vragen, ruimte in te nemen, het contact aan te gaan?

Soms lijken de vluchtige ontmoetingen de makkelijkste en veiligste weg.


Één dag is gewoon maar een dag. 

Een dag waarin het aankomen en het vertrek ligt besloten. 

Het is een eenvoudig principe. 

Een principe van grenzen die de twee partijen veilig kan laten voelen. 

Je consumeert elkaars verhalen voor even, en dan is het genoeg geweest.

Dan gaan we beiden verder.


Dat normale leven, een afgescheiden leven?

Éen dag is gewoon maar een dag.

Morgen is het een verhaal.


In een langer direct contact, kom je voorbij de verhalen.

Voorbij de verhalen van wat was, leef je nu - dicht bij elkaar -

Wat is daar mijn plek? 

Ik neig ernaar stil te zijn, te observeren en te luisteren.

Hoe bewegen de mensen? 

Is er ruimte voor mij om te Zijn? 

Het is een proces dat in dit lichaam lijkt te zijn ingebouwd. Een proces dat energie vreet. Het liefst wil het lichaam zijn natuur volgen, maar de natuur wordt tegengehouden. Waar komt dit gedrag vandaan?


We besluiten te vragen of we in ieder geval nog een nachtje mochten blijven en als het past, dat we wel mee willen helpen met de laatste voorbereidingen van de bouwweek en het eetcafé. 

Hij zei dat alle handjes welkom waren. 

En zij zei dat we dat vooral moesten doen. 

Maar er zijn hier zoveel mensen en iedereen voelt en denkt iets anders. 

Bij iemand anders leek ik enig terugdeinzen te lezen. Een blik van: oh? Blijven ze plakken? 

Het kan mijn eigen angst zijn dat ik dit beeld projecteer. Laat ik helder blijven. 

De vraag staat en het is dan aan hen de grens aan te geven. 


Azo - we waren welkom nog te blijven. 

Gasten vroegen ze wel een X bedrag in de pot te doen voor het eten. Enfin. 

Er moest nog wat hout naar de pizza-oven gesleept worden en er kon nog wel onkruid worden gewied in de tuin. Verder zag ik dat de bessen bijna van de bessenstruik vielen, dus vroeg ik of een bessen-crumble welkom was als toetje na het avondeten. 


Toen ik haar in de keuken vertelde over het crumble idee en of ik dat nu mocht maken, was het een ernstige nee. Dit zou niet het juiste moment zijn. Eerst moest ze deze mensen eruit werken. Waar het precies over ging, wist ik niet. Met een boek nam ik plaats op de bank en voor mij voltrok zich wat er in de lucht hing. 


Hij was niet langer welkom. 

Hij die zojuist eerder spontaan de huiskamer in kwam met ‘Surprise’ 

Hij gaf een knuffel aan, een oude vriend van hem/bekende(?) en hij stelde zich voor aan de anderen. Hij had zelf ook gasten mee genomen hiernaartoe. Een man, vrouw en twee kinderen. 

Hij stelde zich voor aan mij. Hij zei dat hij zijn vriend niet echt te pakken kreeg, dus had hij besloten om maar gewoon langs te komen. 

Het zag eruit als een rooskleurig tafereel. 

Maar, op dit juiste moment waren de doornen voelbaar. 

Hij werd gevraagd te vertrekken. 

Hij vertrok. 


Naderhand moesten sommigen even ontladen. 

De spontane gast was te ver gegaan. Hij had teveel ruimte genomen. Hij had gekookt voor zijn meegenomen gasten, de muziek direct aangezet en maar gedacht dat het allemaal wel kon. Hij zou vaker van dit soort dingen gedaan hebben. Hij zou alleen maar dingen komen halen, niet geven. 

Het kent een verleden, zoals alles een verleden kent.

Ik zag alleen wat er nu gebeurde. 


Gast-vrijheid. 

Het is een vrijheid tussen grenzen. 

Een ruimte die beperkt is. 

Onzichtbare grenzen lopen door de mensen heen. 

De grenzen hier werden voelbaar en op een pijnlijke manier werd er uit elkaar gegaan. Pijnlijk door woorden die hoekig en scherp aanvoelden. 

Had hij de grenzen niet aangevoeld?

Werden de grenzen van te voren aangegeven of pas toen ze overschreden waren?


Gast-vrijheid

Zelf ben ik hier ook een soort van spontane-gast en heb ik ook te maken met de gastvrijheid die mij gegeven wordt op deze plek. Het observerende-zijn dat ik telkens ervaar wanneer ik ergens te gast ben, lijkt een rol te spelen in het tussen de grenzen blijven. Ik ben voorzichtig in de ruimte die ik inneem. Soms te voorzichtig. 

Vanuit de ruimte bezien is het vast grappig. 

Hoe ben je nou een goede gast? Bestaat zoiets?


()

Grenzen grenzen grenzen

Waar liggen de wensen van de mensen?

Een thuis voor ons allemaal

Geen kabaal maar liefde die ons omringt

Hij zingt en zij speelt met haar haar

Het is een altaar

Voor er mogen zijn

Bloemen staan er te pronken en bloemen staan er te verwelken

De bloemen luisteren naar elkaar

De levenden kunnen de doden dragen

En vragen hoe het gezind

Heel het leven moet worden bemind


~

zaterdag 13 juli 2024

Trekken we verder of blijven we nog even?


Gister kwamen we aan met de vraag of we een nachtje hier mochten kamperen. Ja, dat mocht! 


Er woont hier een groep mensen, vrienden, op een stuk grond dat ze pachten van de gemeente. Ze zijn met z’n vieren begonnen en de groep is langzaam aan gegroeid. Nu zijn ze met zo’n 12 (?) mensen, waaronder ook een paar kinderen die hier wonen. Op het stuk grond heeft ieder zijn natuurlijk gebouwde stekje. Onder andere de huiskamer, tuin en werkplaats worden gedeeld. 

De tuin is een pluktuin en de huiskamer is een wereldhuiskamer- prachtig gebouwd van hout, stro en leem. 

In Assen vertelde een man die vrijwilliger was bij het buurthuis- waar wij ook een weekje meehielpen- trots over deze plek- de plek waar zijn dochter woont. 

Ook op Schier vertelden mensen geïnspireerd over deze plek. 

Nu waren we onderweg naar een andere eco-gemeenschap, met een festival als mogelijke tussenstop. We hadden een eind gefietst en zagen ineens dat het maar een paar kilometer tot hier was. Nou, laten we dan toch eens gaan kijken. 


Zo geschiedde. 

De huisjes werden enthousiast onthaald en bewonderd. We mochten ze tussen de appel en perenbomen zetten. Vanaf zaterdag zouden er meer mensen komen kamperen, dan is de start van de bouwweek. 

We krijgen een rondleiding over het terrein en ontmoetten de gezichten die hier wonen. Voor het avondeten worden we uitgenodigd mee te eten. Het is een lopend buffet. Grote pannen staan op het aanrecht van het keukeneiland. Met een bordje loopt iedereen er langs en neemt dan plaats aan de eettafel. 


Na het eten loop ik even over het groen waar de kleine huisjes staan. Het is als een straat, waar ieder z’n plekje heeft. 

Dan nemen Lars en ik plaats in het T-huis, op de veranda waar je lekker uit de wind onder een afdakje kan zitten. Zij komen er bij zitten. Hij vraagt of hij ons op de Maya-kalender mag uitrekenen. Met een oud gebruikt boekje komt hij terug. Uit onze geboortedata rolt bij mij Geel Zaad en bij Lars Zeedraak. Hij leest twee keer een hele lap tekst voor. Soms kan ik mijn doen & laten erin herkennen, soms helemaal niet. Hijzelf is een Aap en zegt te kunnen aanvoelen wanneer hij met andere Apen te doen heeft. Vaak blijkt dat dan te kloppen. Zo ervaart hij de kalender als accuraat, kloppend- een gevoelskalender voor hem.

woensdag 10 juli 2024


Zij zijn hier ook op de fiets. 

Vanuit Frankrijk. Morgen fietsen ze door naar Duitsland en over een maand vliegen ze terug naar Israël. Ze wonen daar in een kibboets (kolonie). Zo’n 500 mensen en iedereen kent elkaar. Iedereen is gelijk en krijgt eenzelfde inkomen. De man en vrouw wonen daar in een eenvoudig huisje, een beetje zo groot als de safari-tent waar ze nu in overnachten. Ik ben benieuwd hoe het zal zijn daar. Warm, zegt de vrouw- woestijnachtig, het zou rond de 40 graden zijn. Nadat de twee ons een fijne reis toewensen blijft mijn nieuwsgierigheid nog hangen. Ik lees op internet dat inwoners van kibboetsen vaak geen eigen bezittingen (mogen) hebben. Zou het bij hen ook zo zijn? In hoeverre is gelijkheid door te voeren op een fijne menselijke manier? Waar begint het verlangen naar vrijheid?

-

We hebben heerlijk gegeten op de trampoline. De zon schijnt. Dat is nog niet zo gebeurt rond deze tijd op het eiland. Met vrolijke pas springen we op de fiets en rijden we naar de ijssalon. Stroopwafel-ijs en yoghurt-bosvruchten. Ik zou er zo nog eentje op kunnen. Enfin- mijn maag vindt het ook wel genoeg zo. We fietsen door naar de zee. 


Plons


Het is eb. Er staat een zandbank tussen het stukje water waar we ons in wagen en de zee. De zee is sprakeloos. Zonnestralen glinsteren op haar gladde oppervlak. Uitgestrekt. Helder. Vol leven. Ademt. Mmmmm

-

Terug op de camping maken we een kampvuurtje. Er is een nieuwe groep jonge mensen aangekomen. Schoolkamp. Vrolijk geschreeuw, beweeglijkheid, interactie, gespring op de trampoline en docenten die de boel hier en daar sussen. 


Twee meisjes vragen of ze bij het vuur mogen komen zitten. Ik ben wel nieuwsgierig naar wat er in hun omgaat. Maar nadat ik mijn eerste (gesloten) vraag gesteld heb, waarop hun antwoord simpelweg ‘ja’ was, weet ik even mijn weg niet naar hun toe. 


Een docent komt er ook bij zitten met nog twee meisjes. Een van de meisjes begint te vertellen dat ze wel graag een man zou willen zijn. De docent vraagt waarom. 

Het meisje antwoordt dat in de Koran staat dan mannen wel 4 vrouwen mogen hebben. De docent vraagt erop door; wat lijkt je daar zo leuk aan? En, mogen vrouwe dat andersom niet?

Een van de moeders van de kinderen is ook mee en schudt haar hoofd. Zij is ook een moslim-vrouw en zegt dat haar man genoeg moet hebben aan haar alleen. Het staat inderdaad in de Koran, maar volgens haar is het verwijzen naar dat punt niet een vorm van puur geloof. Het meisje dat net beweerde dat ze graag een man zou willen zijn, knikt de vrouw trots toe- alsof ze blij is met de standvastigheid en het zelfvertrouwen dat de vrouw neerzet. 

Voelt de leerling zich kwetsbaar als jonge vrouw in de cultuur waarin ze opgroeit? 


Het meisje heeft nog een reden om een man te willen zijn: drugsdealen. 

De docent vraagt of dat als vrouw niet kan en waarom ze graag zou willen drugsdealen. ‘Snel en makkelijk geld verdienen’ 

Een andere leerling werpt daar op neutrale serieuze wijze tegen in, dat het heus niet altijd makkelijk is. De docent voegt toe dat je ook nog eens lang in de gevangenis kan moeten zitten. En, belangrijker volgens haar, je helpt mensen aan drugs- iets waar mensen veel problemen van kunnen krijgen. 


Het meisje hoort het aan en blijft op een ondeugende uitlokkende wijze nog aan haar verlangen een man te willen zijn, vasthouden. Ze weet vast wel beter. Misschien wil ze dit stukje wereld waarin ze zit even ontluchten, omdat het haar toch wel zorgen geeft?


Anyways. 

Ik luisterde aandachtig naar het gesprek dat zich voltrok rond het vuur. Het was prachtig om te zien hoe de docent zich opstelde tegenover de leerling. Als een Socrates. Volledig luisteren en enkel vragen terug geven. Er kwam geen oordeel aan te pas, enkel hier en daar een hart van een moeder die het meisje het beste gunt. 


Waar ik mijn weg met woorden niet zo snel kon vinden naar de leerlingen, zag ik de kracht van het vragen bij de docent. De vragen leken zo eenvoudig, en daarmee deden ze ertoe!


De meisjes, de moeder en de docent vertrokken. Ze zouden in de duinen een spel gaan spelen. Wij blijven achter bij het vuur dat nog even brandde. 




  Welkom bij de Oplossing van Vandaag Met vandaag het idee om alle dieren (waaronder de mens) een tiental maal te verkleinen. ...