zaterdag 12 oktober 2024

ik verkleum met drie truien aan,
twee paar sokken en een sjaal. 

Het is fris buiten, wel ook weer niet zó fris.
Ik ben ook niet eens buiten, maar tussen een paar muren binnen
en ik krijg het niet warm. 

De motor in dit lichaam lijkt niet te draaien, 
alsof het ergens ligt te rusten. 
Wat wil het mij zeggen?

Ik doe het grote boek open. 
Het boek van Christiane Beerlandt.
Ze schrijft over de oorzaken van verschijnselen die men ziektes noemt.

Ik lees het stukje dat gaat over koude rillingen. 

Het zou gaan over een onvoldoende aanwezig zijn in de warmte van jezelf-
het ontbreken van een besef van je eigen waarde. 
-een terugtrekken in angst en kilte. 
-een geconcentreerde energie in het hoofd, te weinig aarde. 

'Scherpe op spits gedreven ideeën doordringen je hersenen, je lichaam; je laat je meezuigen in een stroom van lichte energieën, opgeroepen uit angst.'
'Angst is er de oorzaak van, dat jij scherpe energieën oproept die je gevoelsmatig afsluiten van de buitenwereld, dat jij niet meer echt wil denken, dat jij je liever terugtrekt in jezelf.'

Ik lees het met voelsprieten op om te kijken waar voor mij de boodschap ligt. 
Dát er een boodschap in het lichaam zit, is voor mij duidelijk - en ik wil haar horen. 
Hoe de boodschap klinkt, is niet aan het boek mij als klare koek te serveren, wel om mij een kant op te laten kijken- waar ik mijn nuance zelf vinden kan. Dit boek is een waar geschenk!

Een paar dagen geleden las ik de bladzijdes over duizeligheid- die sloegen de spijker aardig op zijn kop. Ik kan mij niet herinneren de laatste keer dat ik mij duizelig voelde, maar die ochtend werd ik wakker en duizelde het voor mijn ogen. Christiane schreef over een duizelingwekkende hoeveelheid van indrukken die eraan te grondslag kan liggen. Ook, dat je je je teveel hebt opengesteld aan mogelijkheden/ideeën/etc. Dat je met je voeten in de lucht hangt te bungelen, als een leeg vat. 
Mocht het nu net zo zijn dat ik me precies zo voelde de afgelopen week. De verhuizing bracht zoveel nieuwe indrukken met zich mee en ik voelde me overweldigd van de mogelijkheden die voor mij lagen dat ik niet wist waar ik mijn vreugde kon laten gronden. Op de uitkijktoren, hoog boven de grond, zong ik de klanken van een mantra. Thuis stampte ik met mijn voeten op de grond om iets van energie kwijt te kunnen. Toch, ik bleef vol vreugde zweven en werd een aantal nachten al vroeg in de ochtend wakker om de mogelijkheden aan te willen kijken. Daar kwam dan plots de duizeling die me misselijk maakte. 

Zodra ik plaats nam op mijn stoel en het boek met zijn woorden tot mij nam, kon ik even landen. 
Na een uurtje was daarna de duizeligheid ook weer verdwenen. 

'Omhul je met de warmte van je hart; kom uit je huisje in plaats van je op te sluiten.' 

Die warmte van mijn hart kon ik gister niet ineens omzetten tot lichaamswarmte. Daarom ben ik met mijn rustende lichaamsmotor op de verwarming gaan zitten die wel draaide en dat maakte het al snel aangenamer. 

'Durf openbarsten met al je krachten en mogelijkheden, voel de aarde onder je voeten, heet jezelf welkom onder de anderen, bind je natuur niet toe.' 

De zon barst open door de vleugelnoot-boom
Haar schaduw werpend
ferm en vastbesloten
Vallen de gele bladeren teder-neder
De twee duiven fladderen op
danst de zon over het spinnendraad
wel balancerend
zeng ik mijn lied. 
Jíj bent het die deze wereld ziet!





donderdag 10 oktober 2024

Naar binnen en naar buiten


Dit is mijn stulpje
Helemaal voor mij alleen
Ik kan de deur op een kiertje zetten, wagenwijd open of dicht en mij tussen de dekens verstoppen.

Mijn bed is een nestje.
Met een houten trapje omhoog beklim ik mijn veilige haven.
Vroeger was het een speelplek voor kleuters uit groep 1 en 2.
Een voormalig klaslokaal
met een rustige vinyl vloer en een strookje bij de lage wasbak is betegeld.
Langs de wanden hangen lange radiatoren.
Het dak is puntig en de balken zijn zichtbaar.
De ramen groot en voor mij het speelplein met een oude vleugelnoot-boom die langzaam van groen naar geel verkleurd.

Ik heb er een tafel staan, waarop ik uitkijk op het speelplein.
Het licht stroomt naar binnen en ik kijk naar buiten.

Aan de weerszijde, heb ik ook een tafel staan.
Deze tafel kijkt uit op een hoger kleiner raam waarachter het groen is van de struiken en bomen die onderdeel zijn van de tuin van de buren. Mijn boeken staan op de vensterbank. Een houten beeldje, wat rustige kaartjes, kaarsjes en gedroogde bloemetjes liggen stil.
Het ís ook stil aan deze kant.
Niemand zal mij hier zien en ik zal hier niemand vanuit dit raam.
Ik kijk naar buiten en ik kijk naar binnen.

Het is fijn de mogelijkheid te hebben te kunnen kiezen wat op het moment goed voelt;
hoe ver ik de deur open wil hebben staan - 

naar buiten te kijken en naar binnen te kijken.


dinsdag 8 oktober 2024

Ik ging een rondje lopen



De twee eksters zitten weer op de zandhopen
daar waar we de vorige keer in de schemer van de avond voorbij waren gelopen-
Waren ze echt? 
Ze leken te bewegen..
We wisten het niet

Welnu..
Ze zitten er weer
in het ochtendgloren
Stil voor zich uit starend
Stil alsof ze nooit hebben bestaan


Ik maak een foto van de eksters.
‘Kijk jongens, ze zijn toch niet echt’ wil ik eronder zetten om te versturen.

Ik loop verder en hoor dan plots een Hallo.
Nee, niet een ‘Hallo-goedendag-wat-fijn-dat-u-ook-hier-bent’
Het was meer een ‘Hallo-wat-doet-u-hier?!’
Even opgeschrikt van wat er in de Hallo schuilgaat,
vraag ik of hij mij iets wil vragen.

Ik loop naar hem toe.
Hij vraagt of ik foto’s aan het maken was.
En waarom dan?
Hij wilde net de post uit zijn brievenbus halen en had mij gezien bij het huis met de eksters op de zandhopen.
Ik legde hem uit wat ik net had gedaan met het verhaal van de nieuwsgierigheid naar de eksters.

Ah.
Ja ze zijn inderdaad nep, zegt hij.

Hij vraagt of ik hier woon.
Ja, zeg ik.
In het oude schoolgebouw hier verderop.
Hij dacht het al.
Hij had mij of iemand anders gezien toen hij als vrijwilliger bij de ‘Oale school’ ernaast bezig was.
Hijzelf woont hier al lang. 

Hij vraagt of ik werk.
De vraag leek gevuld te zijn met eenzelfde gevoel als de Hallo-wat-doe-jij-hier-vraag.
Een gevoel dat de open verbinding die er kán zijn, dicht wordt gehouden door de deur die met zijn oordelen maar een kiertje open kan..

Hij vertelt dat de jongeren hier veelal wegtrekken.
Pas als ze oud zijn, komen sommigen terug.
En zij die er zijn, interesseert het vrijwilligerswerk of het zorg dragen voor de oude gemeenschap niks.
Vindt hij ons, ‘jongeren’, maar luie nietsnutten?

Hij mag van alles vinden.
Alles wat hij vindt, vindt hij van zichzelf en is hij bang onder ogen te komen.
Wat mij te doen staat is hem in liefde onder ogen te komen.
Mij vooral niet te laten afschrikken door de oordelen die om de oren vliegen.
De oordelen gaan niet over míj.

Vind hij zichzelf een luie nietsnut en doet hij daarom vrijwilligerswerk om dat te bedekken?
Of voelt het voor hem alsof hij alles alleen moet doen en is dat een zware last op zijn schouders?

Het is niet aan mij deze vragen te beantwoorden.
Enkel in te zien dat liefde alles is, wat er bestaat.
Liefde of een roep óm liefde.

donderdag 3 oktober 2024

door Sander Grootendorst

Luister Sluiter Leeuwerik

De leeuwerik zong altijd zijn lied
tussen de regels van de dichter door
én er bovenuit, met een hoger decor
- het goddelijke- in het verschiet.

Ik liep door de Achterhoek, begeleid
door de zang van de veldleeuwerik;
vrolijk, onbelet en blij was ik
in die nog niet zo lang vervlogen tijd.

Er kwam een dag waarop hij zweeg,
het veld geruisloos achterliet. 
Het is héél soms dat je hem ziet
- in de lente zijn de luchten leeg.

Het onbekommerde is ver te zoeken, 
er wil geen nieuwe vreugd ontspringen, 
ik moet het stellen met herinneringen
en bladeren in oude boeken. 

Waerom veel vergeefsche sorgen;
Waerom doch soo veel verdriet.
Om d'onseekre dag van morgen?
Siet gy desen Leeuw'rik niet?


Kijk, en luister: dat is hem toch?
Hoor hem zingen, zie hem zweven
boven Sluiters Buyten-Leven.
De leeuwerik: hij is er nog. 



    Uitzicht op de uitkijktoren- waar het gedicht van Sander boven de trap hangt

een paar nachten achter elkaar word ik om 03:00 wakker

ik hoor de eikels over de dakpannen huppelen
een kat die schreeuwt
en een knaagdier dat boven mij op of in het dak lijkt te rennen

de gedachtes vliegen naar de mogelijkheden van de dag
dat de gootsteen nog wel een putje kan gebruiken
dat er rozenbottels te oogsten vallen
en er eikeltjes geraapt kunnen worden 

de vleugelnoot zal mij wel roepen als het 07:00 is
trots staat zij als beschermengel voor het schoolgebouw dat wij mogen bewonen
gevleugeld in de zon
dapper in de herfst
kinderen fietsen er rondom heen
het scheen- zo - de gevleugelde -
kent iedereen




 

het is een podium
zij kijken uit op de geknakte boom, het licht en al het groen
ze zitten op de tribune
bankjes als een trapje onder elkaar
overgroeid door de bramen
wij, allen tezamen

  Welkom bij de Oplossing van Vandaag Met vandaag het idee om alle dieren (waaronder de mens) een tiental maal te verkleinen. ...